Skip to main content
Green Button

Ingezoomd

zaterdag 18 apr 2026

‘De burgemeester? Mij neem je niet in de maling vandaag’

Als je met pensioen bent, ga je af en toe andere dingen doen, zoals zitting nemen in een stembureau als lid. We schrijven november 2006. Het stembureau is gevestigd in […]
Op 18 maart mogen we weer naar de stemlokalen voor de gemeenteraadsverkiezingen. (Foto: Archief Blad Media, Peter Schilthuizen)

Als je met pensioen bent, ga je af en toe andere dingen doen, zoals zitting nemen in een stembureau als lid. We schrijven november 2006.

Het stembureau is gevestigd in tehuis De Steenplaat, met vele oud-schippers als bewoners en in een buurt met veel allochtonen. Ik geniet ervan te zien wat er allemaal komt binnenwandelen. En soms geniet in niet, zoals in het geval van een bewoners van het tehuis met rollator, pantoffels, bretels en vlekken op z’n broek. Hij laat duidelijk blijken dat het hem te lang duurt als een keurige heer van, vermoedelijk, Surinaams-Pakistaanse afkomst wat meer tijd nodig heeft, doordat hem een paar dingen moeten worden uitgelegd.

“Wat bedoelt u met ‘tsjonge, jonge’?” vraagt hij aan de morsige man.

“Nou, nee niks…” is het laffe antwoord.

Malloot

Dan komt er een ‘malloot’. Hij begint tegen mij op luide toen te vertellen dat hij niet wil stemmen, want hij heeft een conflict met de gemeente. Maar hij wil zeker zijn dat zijn stemkaart niet bij ons ligt, want dan gaat hij in beroep. “En dan zal de gemeente toch wel een heel zware pijp roken!”

Enfin, met wat tact, ja dat heb ik ook af en toe, en het argument dat de rij achter hem wèl wil stemmen, krijg ik hem zover het lokaal te verlaten.

Opstelten

Ik ben in gezelschap van drie vrouwelijke stembureauleden. De voorzitter is een dame van 1.60 meter hoog en bijna net zo breed. Een schat van een mens. Kust allochtone buurvrouwen die binnenkomen, geeft zwemles aan allochtone- en achterstandskinderen, doet werk in een buurthuis enzovoorts. En dit alles vrijwillig.

De tweede is van Surinaamse afkomst, heeft korte dreadlocks en een zeer aanstekelijke lach.

De derde is blond, 18 jaar, komt van Pernis en hapt op elke opmerking van mij. Ook als het geen grap is.

Ik werd de dag voor de verkiezingen gebeld door het gemeentehuis met de mededeling dat de volgende dag rond 15.00 uur de burgemeester langs zou komen. Dus ik vertelde dat ’s morgens aan de dames. Ze knikten. Later hoorde ik dat ze tegen elkaar gezegd hadden: “Ja hoor, Cor heeft weer wat, daar trappen we mooi niet in, heeft-ie er ook geen lol van.”

Dan stapt om 15.15 uur burgemeester Ivo Opstelten binnen. Ik stond op en gaf hem een hand. Hij zei met zware stem: “Blijft u maar zitten”, maar ik zei dat ik zo was opgevoed en dat de dame naast me de voorzitter was. Hij was belangstellend en vriendelijk. Een flink aantal stemmers ging met hem op de foto. Dat heb je tegenwoordig met die dingen waarmee je kunt bellen en verder zo ongeveer allesbehalve stofzuigen.

Na zo’n twintig minuten vertrok hij weer, maar de blonde dame had hem door haar pauze gemist. Dus toen de andere dames haar vertelden van het bezoek zag je haar denken: “Mij neem je niet in de maling vandaag.” Ze heeft tot 17.00 uur volgehouden dat het niet waar kon zijn.

Toen kwam er een stemmer die zei: “Leuk he, dat de burgemeester is langs geweest. Ik hoorde het van mijn vriendin, die werkt hier.”

Toen ze weer in haar stoel zat, ze was er uitgevallen, baalde ze enorm, omdat ze er niet bij was geweest.

Nood breekt wet

Dan zijn er nog de vele oudjes, maar ook allochtone mannen, die vragen of je ze even wilt helpen. Nu mag je volgens de Kieswet niet met z’n tweetjes in een stemhokje, of zoals toen achter een stemmachine, staan. Maar nood breekt wet. En dan zei ik: “Zeg het maar zachtjes in mijn oor, dan wijs ik de partij aan die u wilt hebben.” Dat leverde meestal een lieve glimlach op.

Er kwam ook een dame uit het tehuis, die bezoek had gehad van de heer Alzheimer. Ze liep achter een rolstoel met daarin een (haar?) man. Hij moet gedacht hebben plots in een kermisattractie te zijn beland, want ze bleef maar rondjes draaien met hem en vroeg of ze al aan tafel mocht zitten, omdat ze wilde eten. Ik zei dat er hier alleen gestemd kon worden. Ze vroeg lief of zij dat ook moest doen. “Ja”, zei ik, “maar u heeft een stempas nodig.”

Maar die had ze niet en ook nooit gezien. Gelukkig kwam er een van de zorghulpen haar ophalen.

Na de dag in het stembureau zouden er nog meer volgen. Ik genoot ervan.

Cor van Brug / cvanbrug@hetnet.nl

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *