Ingezoomd
Toen spelen op straat nog heel gewoon was
Pang!..Pang! Jij bent dood! Je had hem geraakt, dat wist je zeker, daar was toch geen discussie over mogelijk? Maar die knul dacht er echt heel anders over. Nietes…welles… we […]

Pang!..Pang! Jij bent dood! Je had hem geraakt, dat wist je zeker, daar was toch geen discussie over mogelijk? Maar die knul dacht er echt heel anders over. Nietes…welles… we kwamen er niet uit. Ach het maakte ook niks uit. Ons kruit was snel verschoten en we gingen al vlot verder met de volgende aanval.
Gehuld in een bijna echt cowboypak of met een verentooi op het hoofd naar gelang welke rol je speelde. Dat kon Arendsoog zijn of Winnetou, maar net zo makkelijk Witte Veder. Al vond ik de pijl en boog van die Indiaan nog best listig. Die knul schoot toch zo maar met echte pijlen. Oké er zat wel een zuig rubbertje op de punt, maar toch. Jazeker ons klapperpistool zag er ook stoer uit, maar die maakte alleen maar een paar fikse knallen. Nou paar, dat roze rolletje ging nog best lang mee.
Je kon dat kruit trouwens ook met je nagel ontbranden. Hield je wel een zwarte vinger aan over. Of er met een steen op slaan. Vond dat verbrande kruit trouwens best lekker ruiken. Maar wilde je echt knallen, dan waren er ook raketjes waar je een klappertje tussen een veer kon spannen. Even omhooggooien en als ie dan met de punt de straat raakte hoorde je een fikse knal. Maar het mooiste vond ik toch mijn glimmende zilverkleurige pistool die ik stoer in de halster droeg, die aan mijn broekriem bevestigd was.
Nee, een indiaan ben ik nooit geweest. Hield ook niet zo van scalperen. Bizar eigenlijk, je las dat altijd zo in de boeken van Karl May, maar stond er nauwelijks bij stil wat een gruwelijk gebruik dat eigenlijk was. Mijn zus zeurde dat ze een keer mee wilde doen. Maar ik vond dat eigenlijk geen goed idee. Meisjes waren niet stoer en stonden alleen maar om de haverklap op hun handen.
Strijdkreet
Een beetje verdekt opstellen was er ook niet bij. En hadden geen idee dat soms even zachtjes doen bij het spel hoorde. Maar een vriendje vond dat ze wel een squaw van de indiaan mocht zijn. Er waren ook wel stoere meiden. Schoorvoetend gaf ik toe, oké maar dan ook eten koken in de wigwam. Dat kon natuurlijk niet, maar onze fantasie was wat dat betreft altijd onbegrensd.
Cowboytje en indiaantje spelen was onze favoriete bezigheid op de woensdag en zaterdagmiddag. Op zaterdagochtend hadden we in die tijd ook nog gewoon school. Er woonden best veel kinderen in onze straat, maar meestal trokken we toch met een vast groepje jongens op. We hadden ook onze eigen strijdkreet. Oeoeoeoe…hooiii klonk het vaak in de straat als er eentje zich buiten meldde en meestal werd die dan gelijk beantwoord door een ander vriendje achterin de straat, zodat je elkaar snel gevonden had. En dan lekker racen met onze autoped.
Pijltjes schieten
Natuurlijk hielden we ons ook met andere straatspelletjes bezig. Nee met knikkeren was ik gauw klaar. Een flinke gleuf tussen twee tegels, die we nog even extra uit groeven, was de pot. Maar zo behendig als sommige kinderen was ik nooit. Dus raakte al snel door mijn glazen knikkers heen. Met touwtje springen was ik ook al geen held trouwens. Ik stond meestal met dat lange springtouw in mijn handen. Samen met een ander slachtoffer die mis had gesprongen. Hier waren alleen de meiden echte kampioenen in. Pijltjes schieten konden we wel veel beter. Met zelf gedraaide pijlen van papier die we met een blaaspijp bij de mensen door de geopende ramen naar binnen bliezen. Had je een speciale tactiek voor nodig. Iets met je tong op de pijp en dan een soort spugen. Kan het nog steeds hoor en doe het graag een keertje voor. Schiet zo driehoog door de ramen. Wel met een echt goed gedraaide pijl natuurlijk. En papier van damesbladen draaiden het beste.
Bussie-trap deden we ook graag met de groep. Een soort verstoppertje, waarbij de bal een rot schop kreeg, waarbij het slachtoffer die bal op moest halen en de anderen zich ondertussen konden verstoppen. Eenmaal terug legde hij die bal op een put en was dat de buut die hij moest bewaken. Maar ondertussen wel de anderen zoeken, die als ze de kans kregen de bal natuurlijk weer een eind weg schopten.
Zweep
Wammes, daar vloog die tol weer over de straat. Aangedreven door de nodige zweepslagen van mij. Met een zweep van een simpel stokje en een lange veter. Die houten tol met metalen punt draaide als een tierelier. Net als die jo-Jo al had je daar iets meer techniek voor nodig. Maar had je die eenmaal onder de knie, dan kon je zo maar dat rokje of jurkje van een meisje aan haken. Wat uiteraard de nodige protesten opleverden.
Er was ook iets als bordje tik, waarbij je achter elkaar moest staan en dan om de beurt met een tennisbal het bordje met huisnummer moest proberen te raken. Geen idee meer hoe dat verder ging trouwens. Net zoiets als de bal naar de overkant gooien en de stoeprand proberen te raken. Ook hierbij ben ik het vervolg enigszins bijster. Maar de regels van het voetballen in de straat ben ik nog niet verleerd.
Twee keer twee jassen als doelpalen, waarbij wij het geluk hadden met de twee rijen garages tegenover elkaar in onze straat, en twee groepen kinderen die achter de bal aan renden. En waarbij die groepen van tevoren door de twee oudste voetballers gekozen werden. Die om als eerste aan de beurt te zijn voetje voor voetje naar elkaar liepen. Poten noemden wij dat. En wie als laatste nog volledig zijn schoen ertussen kon plaatsen was de winnaar en mocht als eerste de beste voetballer kiezen. Helaas werd ik meestal als laatste gekozen. Of achteloos aan de ander van de hand gedaan. Die dan maar onder protest mijn persoontje bij zijn groep inlijfde. Hoewel ik het spelletje best leuk vond, bakte ik er helaas maar weinig van. Mijn voeten deden eigenlijk nooit wat ik wilde, hoe mooi ik dat schot ook voor ogen had.
Skelter
Nee ik was veel handiger bij het fabriceren van een skelter, waarbij het onderstel van een oude kinderwagen goed van pas kwam voor de wielen en een stevig stuk touw het stuur vormde. Helaas moest je voor een beetje helling nog een aardig stuk lopen, dus haalde je het meeste plezier uit de fabricage van die best wel mooie kar. Al kon ik nooit tippen aan dat vriendje van de overkant. Die had een echt stuur op de kop getikt en maakte zelfs een complete cabine met echte ramen van plastic. Maar hij had wel een flink stel kinderen nodig voor de aandrijving. Die zich een ongeluk duwden aan die kar, maar wel met de belofte dat ze daarna ook even mochten sturen.
Wim van der Klein / klein2@zonnet.nl













Geef een reactie